


Binnen Het Keerpunt wordt op een gedragstherapeutische wijze gewerkt. Bij deze manier van werken wordt er van uit gegaan dat gedrag is aangeleerd; dat nieuw gedrag in de plaats kan komen van oud gedrag.
Het belangrijkste doel van dit behandelprogramma is vergroting van de sociale competentie. Het competentie- of taakvaardigheidsmodel gaat ervan uit dat er een balans moet ontstaan tussen enerzijds de taken die door de omgeving, de maatschappij, worden gesteld en anderzijds de vaardigheden die een jongere heeft verworven. Met name op het terrein van sociale vaardigheden missen deze jongeren wat de maatschappij van hen verwacht.
Competenter worden op dit gebied betekent niet alleen dat de sociale vaardigheden zullen toenemen maar dat er ook iets verandert in hun houding en in hun denken.
Belangrijk is dat begeleiders zich instellen op het positief stimuleren van gedrag dat er op gericht is nieuwe vaardigheden aan te leren. De motivatie van de jongere om te veranderen wordt door een positieve benadering sterker beïnvloed dan wanneer die beïnvloeding zich hoofdzakelijk richt op het corrigeren van negatief gedrag; dat is in het verleden vaak al veelvuldig gebeurd. Jongeren die in een residentiële setting worden geplaatst zitten dikwijls in een spiraal van negatief gedrag en het daardoor weer oproepen van negatieve reacties. Ze hebben over het algemeen weinig zelfvertrouwen en een negatief zelfbeeld.
Centraal in de methodiek staat het token economy systeem. Dit is een beloningssysteem waarbij gewenst gedrag dat door de begeleider als positief wordt gewaardeerd, beloond wordt met fiches (tokens) die tegen bepaalde privileges kunnen worden ingeruild. Het is voor de pedagogisch medewerkers bijna onmogelijk om op alle gedragingen van de jongeren consequenties te geven. Daarnaast is het voor de jongere zelf gemakkelijker om zich te richten op een beperkter aantal vaardigheden. Daarom is in de behandeling een fasering aangebracht. In de eerste fase ligt het accent op basisvaardigheden zoals zelfverzorging, kameronderhoud, het tonen van inzet tijdens de projecten etc. In de latere fases ligt de nadruk op het leren van sociale vaardigheden. In fase drie en vier is het zelfstandig functioneren het belangrijkste doel. In die fases worden voor elke jongen individueel en zo concreet mogelijk de leerdoelen bepaald.
Op de fasekaart (leerpuntenkaart) wordt geregistreerd of een jongere de vaardigheden heeft laten zien die als leerdoel zijn benoemd. Aan de fasekaart is een beloningssysteem gekoppeld. Beloningen kunnen variëren van snoep tot bijvoorbeeld een extra vrij weekend.
In het verloop van de behandeling kunnen er weekenden thuis worden doorgebracht. Aan het eind van de behandeling kan een stage worden gelopen buiten de instelling. Het verkrijgen van steeds meer zelfstandigheid en verdienen van steeds meer vrijheid is een van de belangrijkste drijfveren van het beloningssysteem.
Contact en samenwerking met het thuisfront is heel belangrijk tijdens de behandeling bij bezoek, evaluatiebesprekingen en rond weekenden en afspraken in het algemeen.
Een indirecte manier waarop het gedrag op positieve wijze kan worden beïnvloed is de manier waarop pedagogisch medewerkers model staan. De begeleiders werken in projecten waarvoor ze de benodigde specifieke vaardigheden hebben. De vaardigheid en het plezier dat hij of zij hebben in het werk straalt uit naar de jongere. Het gedrag en de manier waarop de begeleider model staat op het gebied van normen en waarden, is uiteraard ook in andere situaties van groot belang in de behandeling.
Er zijn verschillende projecten waarin gewerkt wordt, bijvoorbeeld het hout-, atelier- tuin- of sportproject. Die projecten zijn een middel om jongeren vaardigheden aan te leren zoals geconcentreerd werken, niet opgeven bij tegenslag, omgaan met kritiek, samenwerken etc. Die gedachte speelt (vooral bij de open groepen) ook bij het organiseren van kampen en survival weekends, waarbij bewust extremere condities worden opgezocht. Het onderwijs is in de behandeling en in het dagprogramma geïntegreerd en speelt een belangrijke rol bij de terugkeer in de maatschappij.
Naast de basismethodiek zijn er meerdere specifieke interventies mogelijk: de sociale vaardigheidstraining, de agressieregulatietraining en creatieve therapie, waaronder muziektherapie. De mogelijkheden worden uitgebreid met individuele psychiatrische ondersteuning en cognitieve gedragstherapie.
Wekelijks is er psycho-medisch overleg waarin de medische dienst, de gedragswetenschapper en de eigen psychiater het verloop van de behandeling van de jongeren bespreken.
Het Keerpunt werkt samen met de Mondriaanstichting (Kinder- en Jeugdpsychiatrie) en Xonar (Jeugdhulpverlening) in de forensisch jeugdpsychiatrische polikliniek Sedna en de orthopsychiatrische kliniek MIKX.