Behandeltraject

Het behandelprogramma is onderverdeeld in drie fasen. In elke fase ligt de nadruk op bepaalde vaardigheden, beginnend bij basale vaardigheden in fase 1 tot de wat complexere vaardigheden en persoonlijke leerdoelen in fase 3. Wanneer de jongere kan laten zien dat hij de vaardigheden die in een bepaalde fase van hem worden gevraagd voldoende beheerst, kan hij overgaan naar een volgende fase. Met het overgaan naar een volgende fase krijgt de jongere meer privileges en vrijheden. Er wordt gewerkt met een fasekaart waarop dagelijks wordt geparafeerd of de jongere het daarop vermelde gedrag heeft laten zien. De verblijfsduur is afhankelijk van de snelheid waarmee de jongere de fasen doorloopt en wordt gesteld op één à anderhalf jaar. Hieronder volgt een overzicht van de inhoud en opbouw van de verschillende fasen:

Fase 1:
In de eerste fase ligt de nadruk op vaardigheden die te maken hebben met de dagelijkse routine, zoals kameronderhoud en lichaamsverzorging. Een jongere kan door het laten zien van gewenst gedrag een `oké-dag` halen. Per dag zijn er 8 aftekenmomenten waarin parafen (tokens) verdiend kunnen worden voor gewenst gedrag. Als deze parafen verdiend zijn, levert dit een oké-dag op. Drie opeenvolgende oké-dagen geven recht op 1 fiche. Deze fiches kunnen ingeleverd worden voor een door de jongere uit te kiezen beloning. Wanneer een jongere voldoende oké-dagen heeft gehaald, gaat hij over naar fase 2.

Fase 2:
In de tweede fase ligt de nadruk op vaardigheden in de omgang met leeftijdsgenoten en volwassenen. Ook worden individuele leerpunten opgesteld. Dit gebeurt in overleg met de jongere. Per dag zijn er 5 aftekenmomenten waarin parafen verdiend kunnen worden. Ook hier geldt dat bij voldoende parafen een oké-dag gehaald kan worden. In deze fase geldt, net als in de eerste fase, dat het behalen van drie opeenvolgende oké-dagen recht geeft op 1 fiche. In de tweede fase heeft een jongere keuze uit meer en grotere beloningen.

Fase 3:
In de derde fase ligt het accent, nog sterker dan in de tweede fase, op individuele leerpunten en zelfbepalingvaardigheden. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan zelfstandigheid en het nemen van verantwoordelijkheid. De jongere werkt in deze fase toe naar zijn vervolgtraject. Daarnaast worden steeds meer activiteiten ondernomen die gericht zijn op de toekomst. Denk hierbij aan stagelopen, werken en het volgen van regulier onderwijs. In deze fase geldt dat een jongere een fiche verdient na 5 opeenvolgende oké-dagen.